voorpagina

archive

Home Category : voorpagina

Voorganger: Ds. A. Hakvoort (her)stel je voor….
Tekst van vandaag: Leviticus 25 : 1 – 23
Het thema van de Micha zondag is: Herstel.
Stel dat we Leviticus 25 eens zouden volgen. Eén dag in de week niet werken kunnen wij ons
voorstellen, maar, dat je ieder 7 e jaar niet zou werken? En stel, dat we ieder 50 e jaar een reset zouden
hebben. Je hebt geleerd van je fouten en kunt opnieuw beginnen.
Het volk Israël was uitgekozen als een soort proeftuin, het land van belofte. God geeft regels om in
dat land te leven en Hij weet hoe lastig wij het vinden om ons aan regels te houden. Hij vraagt ons als
het ware om een offer.
Het land werkt voor ons. Het laat ons voedsel groeien, maar in het sabbatsjaar krijgt de aarde rust.
Onvoorstelbaar in onze 24 uurs economie en intensieve veehouderij. Wij zijn als mensen onderdeel
geworden van een bedrijf. Uitputting van de aarde (overstromingen, droogte) maar ook van de
mensen (burn-outs) zijn het gevolg.
Iedere 50 jaar is een jubeljaar. Dan worden alle schulden kwijtgescholden, slaven worden weer vrije
mensen. We gaan terug naar hoe het ooit begonnen was. Het voorkomt een te grote kloof tussen
arm en rijk. Met het sabbatsjaar en jubeljaar gaat het de Here om zorg voor de aarde en zorg voor
elkaar.
Een jaar niet werken betekent niet, dat je niets doet. Het is een jaar van toewijding aan de Heer. Het
dient om je te laten beseffen dat we afhankelijk zijn van God.
De instelling van het sabbatsjaar en het jubeljaar is waarschijnlijk nooit realiteit geworden. Het is te
veel gevraagd en te mooi om waar te zijn, maar toch als een visioen om naar uit te kijken wordt de
hoop op een nieuwe aarde levend gehouden. Jezus, sprak ook van een genadejaar, een jubeljaar van
de Here. En zegt Hij: “Die woorden van hoop worden op dit moment vervuld.”
Stel je eens voor, dat we Jezus zouden volgen in Zijn vertrouwen op en in Zijn gehoorzaamheid aan
de Heer.

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Read More →

Voorganger: Ds. A. Hakvoort Waarom zou je in God geloven?
Tekst van vandaag: Daniël 3 : 1 – 18
Tien redenen om te geloven in God.

  1. Uit respect voor de mensen om je heen. Psalm 63 gaat over iemand die twijfelt, maar hij
    blijft geloven vanwege de mensen om hem heen.
  2. Tegen de eenzaamheid. Als je gelooft, hoor je bij een kerk. Paulus gebruikt de metafoor van
    een lichaam met vele leden, die niet zonder elkaar kunnen.
  3. Vergeving van schuld. We staan voortdurend bloot aan kwade invloeden, die wij vaak niet
    kunnen weerstaan. Dat maakt ons schuldig, maar God vergeeft en bevrijdt en dat geeft rust.
  4. Dan heb je succes. De bijbel zegt het. “Vertrouw bij het werk op de Heer en je plannen zullen
    slagen.” Het gaat wel om succes op lange termijn. Het geeft richting aan je leven.
  5. Je leert het goede van het slechte onderscheiden. In de schepping is alles goed.
  6. Het is waar. Jezus zegt: “Ik ben de waarheid.” Hij stelt je nooit teleur.
  7. Geloven is gezond. Het leert je om grenzen te stellen en jezelf te beheersen. Je lichaam is een
    tempel voor de Heilige Geest. Iets om goed voor te zorgen dus.
  8. Je bent onderdeel van de schepping. God heeft jou gewild. Je bent niet voor niets op deze
    aarde.
  9. Het geeft ons perspectief. Het is een hoopvol geloof. Het laat je over de grens van de dood
    heen kijken.
  10. Die gaat dieper en ligt boven alle voorgaande. Het begint niet bij jou maar bij God. Hij heeft
    je ervoor bestemd om in Hem te geloven.
    De drie mannen uit de tekst moesten worden omgevormd tot Babyloniërs. Jongeren worden
    gevormd door alles wat op hun af komt aan informatie. De vraag is: Aan wie ben jij loyaal? Zij
    vertrouwden op God. Als ze de oven in gaan, gaat God met ze mee en haalt hen door het vuur heen
    naar buiten. Dat is de God in wie wij geloven. Je kunt in het vuur terecht komen, maar God houdt ons
    vast en haalt ons eruit.

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Read More →

Voorganger: Ds. A. Hakvoort Gastvrijheid
Tekst van vandaag: Genesis 18 : 1 – 15
Op de beroemde icoon van de 3-eenheid komen drie mannen bij Abram op bezoek. Het is de drie-
enig God. God verschijnt regelmatig aan Abram; als een stem, in een visioen, en hier in levende lijve.
Abram toont gastvrijheid. Maar als je goed leest is het precies andersom. De mannen verlenen aan
Abram de gunst om bij hem aan tafel te komen. Abram zegt immers in vers 3. “Verleen mij de gunst
om uw dienaar niet voorbij te gaan. Gastheer zijn is een gunst die aan jou wordt verleend door je
gasten. Abram is als gastheer niet de gevende maar de ontvangende partij. Een kwestie van
omdenken.
Dan de stap naar het avondmaal. Draai het eens om. Dat wij aan God de eer brengen om op Zijn
uitnodiging in te gaan en aan tafel te gaan. Hij is de Gastheer, wij de gasten. Jezus zegt: “Wees zo
goed om plaats te nemen.”
Avondmaal is een teken van de genade, die God ons geeft. Bij het laatste avondmaal ontvangt Jezus
zijn discipelen in plaats van andersom. Hij dient hen en wast hen de voeten.
Wie de eer is verleend, dat God hem ziet staan en hem niet passeert, en die daarin de gunst van God
heeft ervaren, die wordt zelf ook een gunnend mens.
God zegt: “Doe mij de eer om aan Mijn tafel te komen.” In Lucas 12 : 37 staat : “….hij zal zijn gordel
omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen.” Als Hij komt, wordt je genodigd en jij mag
aanzitten aan de tafel, die Hij aanricht.
Op het beroemde icoon zitten de drie voorbijgangers aan tafel. Abram is niet in beeld. De drie-enig
God bewijst aan ons de gunst, om onze gast te zijn. Aan ons avondmaal is Jezus de gastheer. Jezus is
als Abram, die staat toe te kijken. Wij mogen aanschuiven. U voelt wel aan, als je niet op die
uitnodiging ingaat, passeer je Hem en krenk je God tot in het diepst van Zijn wezen. Dat laat je toch
niet gebeuren?

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Read More →

Voorganger: Ds. A. Hakvoort Zoeken naar Gods weg
Tekst van vandaag: Genesis 16
Als je in God gelooft erken je dat God je leven leidt, maar wij weten niet hoe Gods plan met ons leven
is. Tien jaar zijn Abram en Saraï in het land, dat God hun heeft beloofd, maar er is nog geen teken van
nakomelingschap. Saraï legt zich er bij neer, dat ze zelf geen kinderen kan krijgen en brengt Abram op
de gedachte om zijn nageslacht via haar slavin veilig te stellen. Abram vertrouwde op Gods belofte en
dacht niet aan omwegen. Het is beslissing van Abram en Saraí. God speelt hierin geen rol. Hagar
raakt al snel zwanger, dus het lijkt er op, dat op deze wijze Gods belofte wordt vervuld. Toch is het
niet Gods weg.
Als Hagar weet dat ze zwanger is van Abram, wordt ze opstandig. Zouden Abram en Saraï hebben
getwijfeld of het toch wel Gods weg was? Saraï maakt Hagar het leven zo zuur, dat ze de woestijn in
vlucht, een vrijwel zekere dood tegemoet. Abram en Saraï staan weer met lege handen. Is dit het
werk van God of is het werk van de duivel, die Gods werk steeds probeert te verstoren?
Succes is niet per se de weg van God. Ga niet op zoek naar Gods plan met jouw leven. Als je de
regels, die Hij ons voor het leven heeft gegeven, volgt, volg je feitelijk Zijn weg.
Jezus is gekomen om ons dat duidelijk te maken. Hem moeten we dus volgen. We nemen daarin
regelmatig een verkeerde afslag, maar God geeft ons een gemeenschap, die ons helpt om op de
goede weg te blijven.
Het verhaal lijkt te eindigen met lege handen voor Abram en Saraï, maar God grijpt in, redt Hagar van
een zekere dood in de woestijn en stuurt haar terug naar Abram en Saraï. God hoort en weet van
onze strijd en de zoektocht om Jezus te blijven volgen. Als wij verkeerde keuzes maken zullen die er
niet voor zorgen, dat God Zijn doel met Zijn wereld met Zijn kerk niet zal bereiken.

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Read More →

Voorganger: Ds. A. Hakvoort
Thema: Verbondssluiting
Tekst van vandaag: Genesis
God doet bij herhaling beloftes aan Abram. Hij had hem uit zijn veilige bestaansgrond weggeroepen
en Abram was als een zwervende Hebreeër terechtgekomen in Kanaän. Hij verblijft er een tijd als
vreemdeling tussen de volken. Hij twijfelt. Is het allemaal niet een vergissing geweest? En dan klinkt
weer die stem: “Abram wees niet bang. Ik ben jouw schild en jouw loon zal zeer groot zijn.” Het klinkt
zo onwerkelijk dat Abram vraagt om bewijs. God straft Abrams ongeloof niet af, maar komt hem
tegemoet en geeft twee bewijzen. Als eerste de sterrenpracht, de ruimte van Zijn schepping. Abram,
kom even uit je tent en kijk naar de sterrenhemel. God zegt: Ik ben de schepper van dit alles. God
zegt ook tegen ons: Kom uit je bubbel en blijf niet gevangen zitten in wat jij voor mogelijk houdt.
Abram gelooft God en God rekent het hem tot gerechtigheid. Bij God draait het om vertrouwen, hoe
onvoorstelbaar het ook is wat Hij zegt.
Dan krijgt Abram nog een teken. Hij moet een aantal dieren door midden delen, een bekend ritueel
in de bijbel als mensen met elkaar een verbond sluiten. Er ontstaat een bloedpad en dat betekent,
dat beide partijen zeggen dat het hun mag vergaan als die dieren als ze zich niet aan de afspraak
houden. Tegen het donker valt Abram in een diepe slaap. Hij ziet God alleen door het bloedpad gaan.
God trekt de vervulling van de belofte naar zichzelf toe en verwacht niets van Abram. God heeft ook
met ons een verbond gesloten in de doop. Wat je ook van je leven maakt, je kunt altijd bij Mij terug
komen.
Hij komt ons tegemoet in onze onzekerheid en verwacht niets van ons. Het bloed van de dieren wijst
vooruit naar het bloed van de Here Jezus. Ook hier gaat God alleen door de bloedstraat. Hij heeft
gebloed in Christus aan het kruis. Onze vraag naar zekerheid is terecht. Stel die, en dan leidt Hij je
naar buiten naar het kruis als bewijs, dat God al zijn beloftes waarmaakt. Geef hem je vertrouwen.

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Read More →

Voorganger: Ds. A. Hakvoort
Thema: Abram en de tien koningen
Tekst van vandaag: Genesis 14 : 1 – 24
Genesis 14 is een hoofdstuk met veel namen en veel plaatsnamen. Er spelen 10 koningen een rol en
er worden veel oorlogen gevoerd. 12 Jaar waren ze onderworpen geweest aan Kedor Laomer en nu
volgt er een strafexpeditie. Abram wordt Hebreeër genoemd. Dat betekent “vreemdeling”, een
nomade. In het verre oosten was hij een gesetteld burger, maar hij werd door God geroepen om te
vertrekken naar het land, dat God hem zou geven.
Gelovigen zijn feitelijk ook vreemdelingen in deze wereld op weg naar een betere wereld. Steeds zijn
we onderweg achter Jezus aan. Het gevaar is, dat je gesetteld raakt. Dat is ook de boodschap van de
brief aan de Hebreeërs. Je weerstand wordt gesterkt door voortdurend te lezen in de bijbel, elkaar
lief te hebben, elkaar aan te sporen en behulpzaam zijn.
Abram raakt betrokken bij een van de oorlogen wanneer zijn neef wordt weggevoerd.
Hij roept hulp in van bevriende koningen en trekt ten strijde om Lot te bevrijden.
Je kunt laten zien, dat je als ‘vreemdeling’ ook behulpzaam kunt zijn aan je omgeving. Abram
overwint en beschouwd dit als een zegen van God. Hij is groot gemaakt door de zegen van God.
Door wie willen wij gezegend worden? Door onszelf, door mensen of door God?
Melchizedek had niets te maken met het conflict en komt vanuit het niets in het verhaal. Hij is
priester, verbinder tussen God en mensen, maar ook tussen Abram en de koning van Sodom. Abram
ziet Melchizedek als vriend. Hebben ze elkaar herkend in de dienst aan de allerhoogste God?
Melchizedek helpt Abram en zegent hem. Abram is dankbaar en geeft hem een tiende van zijn buit.
In het Nieuwe Testament is Jezus de Melchizedek, die ons verbindt met God. In de Hebreeën brief
staat: “Zo hebben wij Jezus nodig, een priesterlijke koning, die ons laat zien hoe wij moeten zijn,
verbinders tussen de mensen om ons heen en God. Abram geeft Melchizedek een tiende van zijn
buit. Jezus gaf Zijn leven voor ons.

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Read More →

Voorganger: Ds. M.W. Vrijhof Het evangelie van de rechtsspraak
Tekst van vandaag: Johannes 15 : 26 – Johannes 16 : 16
Het evangelie van Johannes wordt ook wel het evangelie van de rechtsspraak genoemd.
Het Griekse woord Paracleet komt er in voor. Het wordt vertaald als “pleitbezorger”.
De kernvraag van het Johannesevangelie is of Jezus werkelijk de redder van de wereld is. Jezus
vertelt over Zijn heengaan. “Het is goed voor jullie, dat Ik ga, want als ik niet ga, zal de pleitbezorger
niet bij jullie komen.” En Jezus zegt: “Wanneer Hij komt, zal Hij de wereld in het ongelijk stellen, door
duidelijk te maken wat zonde, gerechtigheid en oordeel is.
De Heilige Geest komt inspecteren en als er iets niet in de haak is, wordt je ontmaskerd. Om dat
woord draait het. Hij zal de wereld bij de volgelingen van Jezus in het ongelijk stellen. Hij zal ze laten
zien dat we in een van God vervreemde wereld leven met machthebbers, die zich in het kwaad
hebben verward. Hij wil ons niet alleen helpen om Jezus te volgen en Hem te dienen, maar Hij wil ons
ook helpen om het tegenverhaal van de wereld te ontdekken.
De Geest wil ons helpen om het masker van de wereld, onze cultuur op te tillen. Wat biedt de wereld
met al zijn glamour en glitter en sociale media aan diepe vervulling van ons bestaan, aan vrede in ons
hart, aan vergeving van onze schuld of aan bemoedigende hoop?
De wereld is ondanks veel goeds ook een strijdtoneel. Er is zoveel gebrokenheid, eenzaamheid,
leegte en wanhoop. De pleitbezorger zal de wereld in het ongelijk stellen door duidelijk te maken wat
zonde, gerechtigheid en oordeel is. De Geest wil ons leren ontdekken wat de realiteit is achter het
masker van onze cultuur. Hoe onmachtig dat leven is vanuit de mens zelf. Wil je hoopvol leven, dan
leert de Heilige Geest je om niet op de wereld, maar op Jezus te vertrouwen. Bij Hem is geen
dodenmasker. Hij zal je leven zinvol maken. Hij wijst ons de weg naar de volle waarheid.

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Read More →

Voorganger: Ds. P. Hogenbirk Reisverhalen, herinneringen
Tekst van vandaag: Deuteronomium 1 : 1 – 18
Als we terugkomen van een vakantiereis vertellen we wat we gezien en gedaan hebben. Er zijn ook
oude reisverhalen. Die moet je opdiepen. Het gaat dan om dingen, die je geraakt hebben. Je beleeft
ze als het ware opnieuw.
Het boek Deuteronomium is naast een wetboek ook een reisverhaal. Deuteronomium betekent
Herhaling van de wet. Het heeft regels, die ontstaan door gebeurtenissen. Maar het is ook de reis van
reisleider Mozes. Van de Horeb, de Jordaan tot de berg Nebo. Mozes mocht de Nebo beklimmen om
het beloofde land te zien. Hij zal binnenkort overlijden en neemt afscheid van het volk met dierbare
herinneringen. Het had een reis van 11 dagen kunnen zijn, maar het werden 40 jaren. Hij begint zijn
verhaal bij de Horeb, de berg van het verbond tussen God en Zijn volk. Het volk had zich als het ware
gesetteld bij de Horeb, maar God stuurt ze nu op weg naar het beloofde land. Richt je op de
toekomst. We moeten in de benen komen. Opvallend is de grootte van het beloofde land. Gods
belofte is groter dan wat wij er van maken. Ze gaat ons verstand te boven en daarmee beperken wij
Gods belofte. Daarom duurde de reis ook 40 jaar in plaats van 11 dagen.
Mozes herinnert het volk aan de regels, die God heeft gegeven, opdat het u goed ga in het land, dat
de Here God u heeft beloofd.“ Mozes stelt leiders aan. Delegeren is gaven delen, is recht doen en is
daarmee een levend onderdeel van de gemeente.
Bij de afscheidswoorden van Jezus Christus in Johannes 14 -17 gaat het ook over herinnering, het
opnieuw naar binnen brengen, over de Heilige Geest. Hij zend discipelen de wereld in en zegt: Maak
je niet druk om wat je moet zeggen. De Heilige Geest geeft ons de woorden. We moeten de Heilige
Geest in ons laten spreken zodat de vruchten van de Geest in ons tot uiting komen. Luiteren we?
Hebben we een open oor voor Zijn Woord?

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Read More →

Voorganger: Ds. H. de Bruijne Wie kan zijn fouten kennen?
Tekst van vandaag: Leviticus 4 : 1-3, 13–14, 22–23 en 27–28, Psalm 19 en Lucas 8 : 16 – 18
We maken doorlopend fouten (dwalingen), veelal zonder dit zelf te beseffen. Het speelt ons niet
alleen parten in ons eigen leven, maar ook in ons kerkelijk leven.
Je fouten kennen, kan confronterend zijn. In psalm 19 komt de dichter na een lange aanloop bij het
licht van de wet, de richtlijn van de Heer. Hierdoor komt wat God ons te zeggen heeft overal naar ons
toe. Die wet gaat over alle kanten van ons leven. Een bekend lied (Liedboek 326) zegt: “Een rijke
schat van wijsheid schenkt God ons in Zijn woord”. Het is een kompas voor de juiste koers. Om
inzicht te krijgen in de complexiteit van het leven. Als het woord er niet toe doet, begrijp je de pijn
over de misstappen niet. Als je je verdiept in Gods woord, leer je je fouten zien en wordt ermee
geconfronteerd: een onopzettelijke verkeersovertreding, een verkeerde beoordeling van iemand. In
de kerk belijden we wel zonden, maar we beseffen vaak niet welke.
Het niet kennen van je fouten kan leiden tot hoogmoed. Dat is een nog grovere zonde dan een
dwaling. Wij moeten beschermd worden tegen onze eigen hoogmoed.
Jezus kent ons door en door en dus ook onze dwalingen en zonden. Hij nam ze op zich. Hij
identificeerde zich er zo mee, dat Hij tot zonde werd gemaakt. Hij is dagelijks bezig om ons
opheldering te geven. In Leviticus is de mogelijkheid van verzoening van onopzettelijke zonden
zichtbaar gemaakt in een offerritueel. Die wijzen heen naar de komst van de Zoon van God, Jezus die
zichzelf offerde voor ònze zonden. In het gebed van de dichter van psalm 19 ligt impliciet
ingevouwen het antwoord op onze vraag. We mogen met de biddende dichter instemmen met
schaamte en tot goed vertrouwen:
Hier zijn wij Heer een afgeweken schare.
Wij die zo zorgeloos en ontrouw waren.
Verander ons en reinig onze harten,
o man van smarten.

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Read More →

Voorganger: Ds. B. Loonstra
Thema: In het spoor van Elia
Tekst van vandaag: 2 Koningen 2 : 1 – 18
Elia wordt weggenomen en Elisa probeert hem te volgen. Een soort afscheidstournee. Op de vraag
van Elia: Heb je nog iets te vragen? vraagt Elisa een dubbeldeel. Dat was destijds het erfdeel van de
eerstgeborene. Hij kiest voor de dienstbaarheid, de strijd, de opoffering, de beschikbaarheid voor
God, geestelijke rijkdom. Dat moet ook onze vurigste wens zijn, om een bruikbaarheid instrument te
zijn in de handen van God.
Geestelijke rijkdom kun je niet erven. Je kunt het je kinderen niet geven. Ook kinderen van niet
gelovige ouders kunnen de Geest ontvangen. Alleen God zelf kan de Geest in ons hart geven.
Elia gaat met een vurige wagen en een stormwind. Ook met Pinksteren werd de Geest met vuur en
wind uitgestort. Het verschil is, dat Jezus is geboren om ons te laten zien hoe God het bedoeld heeft
en Gods oordeel over onze zonden te dragen.
Jezus is naar God opgevaren op een soortgelijke manier als Elia. De discipelen kregen deel aan de
Geest van Christus. Zo mogen ook wij delen in de Geest. Jezus kan het ons geven.
Als Eliza weer terug moet naar de andere kant van de Jordaan roept hij in zijn wanhoop: “ Waar is de
Heer?” Ook wij staan wel eens voor een rivier of een berg of een moeras. Zonder Hem loop je vast.
Mèt Hem kom je verder.
Elia’s afscheidstournee eindigt aan de overzijde van de Jordaan. Elisa dringt aan om mee te gaan en
Elia laat hem. Elisa gaat ook terug over de Jordaan. De profeten dringen aan om te zoeken en Elisa
geeft toe. 2x aandringen en 2x toegeven. Elisa krijgt wat hij wil; de profeten krijgen niet wat ze
willen.
Wat is het verschil? Het aandringen van Elisa is vol verlangen en verwachting; het aandringen van de
profeten is een blijven hangen in het oude.
Zoek nieuwe wegen om te leven door de Geest. Blijf er in geloven, maar laat het aan God over hoe.

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Read More →

Tekst van de dag

Wie zijn verstand gebruikt, heeft zijn leven lief, wie zich laat leiden door inzicht, is geluk op het spoor.