Preek van de week, zondag 16 november

Voorganger: Ds. A. Hakvoort Wat God van Abraham te weten komt en wat Abraham van God te weten komt.

Tekst van vandaag: Genesis 22 en Hebreeën 11 : 17 – 19
Het klinkt voor ons onbegrijpelijk, dat God van Abraham vraagt om zijn zoon te offeren. 25 Jaar
hebben Abraham en Saraï gewacht op de komst van Isaäc en in dit hoofdstuk verdiept de beproeving
zich. Gods bevel: ”Neem je zoon mee en ga op weg” begint met een reeks mokerslagen. Het is in
strijd met alle voorgaande beloftes van God over een groot nakomelingschap.
In die tijd waren kinderoffers geaccepteerd, maar dan steeds op initiatief van de ouders om iets van
de goden gedaan te krijgen. Het offer van Isaäc is een initiatief van God zelf. Het is een beproeving en
God weet dat Abraham deze beproeving aankan. Hij wil Abraham laten schitteren.
God kan terugnemen, wat Hij heeft gegeven. Vergelijk dit eens met het verhaal van Job, die alles
verloor ondanks zijn sterk geloof. Ooit moest Abraham zijn verleden, zijn familie loslaten en op weg
gaan.
In dit hoofdstuk moet Abraham zijn toekomst in Gods hand leggen. En Abraham is zo overtuigd van
de almacht van God, dat hij Isaäc offert. Maar hij krijgt hem weer terug.
Het leidt tot de vraag aan Abraham: “Wie is die god van jou, dat je je zo aan hem overgeeft?”
God voorziet zelf in een offer, de ram die in de struiken vast zit. Als God een offer wil, voorziet Hij zelf
in dat offer. Sindsdien offert Israël voor iedere eerstgeborene een dier als teken van vertrouwen, dat
Hij in alles voorziet. Ook als wij falen, als wij ontrouw blijken, blijft Hij trouw. Dan voorziet Hij in het
verzoeningsoffer.
Op de berg Moria, waar Salomo de tempel bouwde zijn sindsdien vele offers gebracht. En al die
dieren wezen heen naar Het Lam van God.
Want God had de wereld zo lief, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon, die Hij zo liefheeft, Jezus Christus niet
heeft gespaard, maar hem

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Tekst van de dag

Ik vraag niet of U hen uit de wereld weg wilt nemen, maar of U hen wilt beschermen tegen hem die het kwaad zelf is.