Home

Exemple

Voorganger: Ds. A. Th. van Olst De lach om de beloofde zoon
De teksten van vandaag: Genesis 17 : 15 – 19, Genesis 18 : 9 – 15 en Genesis 21 : 1 – 7


Lachen maakt mensen mooi. Maar er is ook gelach, dat niet zo mooi is. Vanmorgen zien we eerst een
lach van pijn en ongeloof en tenslotte een lach van vreugde en van verwachting.
Abraham heeft lang moeten wachten op de beloofde zoon en als dan uiteindelijk de belofte komt,
dat Sara binnen een jaar een zoon zal krijgen, buigt Abraham voor God, maar lacht ook. Een lach van
gesmoorde hoop. Hij dacht dat het onmogelijk was. De hoop is in de knel gekomen.
Sara hoort het ook en lacht in zichzelf een lach vol verdriet en pijn van kinderloosheid.
Zo ging het ook bij Zacharias aan het begin van het Nieuwe Testament. Ook hij gelooft niet dat
Elizabeth nog een kind kan krijgen. Maar God zegt: Hou je er rekening mee, dat ik de Here ben? Zou
iets voor de Mij te wonderlijk zijn?
Hoe is dat bij ons? Iedere Kerst verwachten we weer. We zien uit naar de voleinding, maar zien we er
ook iets van in deze wereld? In ons leven? In de kerk? Misschien lachen wij ook wel uit ongeloof.
Er zijn veel parallellen tussen Abraham en Sara en Zacharias en Elizabeth.
De geboorte van Isaac is een uitbarsting van hoop, het bewijs, dat God doorgaat met Zijn plan tot de
voleinding van de wereld. Sara zegt: “God maakt dat ik kan lachen.” Die lach is aanstekelijk. Dan mag
de glimlach ook bij ons wel doorbreken. De lach van advent, de lach van de verwachting.
De oude door de schriften gevormde Zacharia geloofde het eerst niet. Bij de jonge en onbevangen
Maria breekt de lach wel direct door.
Laat de lach doorbreken, want eens zal de hoop waarheid blijken en klinkt de vreugdevolle
schaterlach op de jongste dag. Ook dan zullen we zeggen: “God heeft mij doen lachen en dat houdt
nooit meer op.”

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Lees meer →
Exemple

Voorganger: Ds. J. Maasland Wat is jouw uitzicht?
De teksten van vandaag: Prediker 11 : 7 – 12 : 5 en Hebreeën 11 : 1 – 16

Uitzicht is meer dan wat je kunt zien. Wat wij vanmorgen zien is, dat 3 kaarsen zijn aangestoken om
overleden gemeenteleden, familie, vrienden of bekenden te gedenken. Maar ons uitzicht ontvangen
we vanaf de grote kaars. Die verwijst naar Jezus Christus, die uit de dood is opgestaan. En de drie
kaarsen, die aan dat licht zijn ontstoken, verspreiden daardoor licht en warmte ondanks dat ze ons
herinneren aan mensen, die overleden zijn.
Wat is ons uitzicht? Prediker beschrijft in zijn cynisme. “Het is allemaal leegte”. Het leven gaat
voorbij.
In de brief aan de Hebreeën gaat het over hetzelfde. Het gaat over het geloof, maar ook over dat
mensen in geloof gestorven zijn zonder dat wat ze hoopten en verwachtten werkelijkheid is
geworden.
Is het daarom een leeg geloof? Dat zou je op basis van de feiten kunnen zeggen, maar dan heb je
geen uitzicht. Wij worden bepaald bij het uitzicht dat we hebben. Ons uitzicht is God. Hij ziet jou. Hij
heeft je geschapen. En daarin verschilt ons leven niet zoveel van dat van Abel, Henoch, Noach,
Abraham en Saraï. Wij geloven het ook, maar we zien het niet.
Wat mensen zeggen en doen krijgt door het geloof waarde voor de ander. Door het geloof spreken
de geloofshelden nog steeds. Hun geloof was de verwachting, die ze hadden op grond van wat zij van
God hadden vernomen. Ze leefden met uitzicht. Zij leefden van de belofte.
Ons uitzicht wordt bezongen in de liederen van vanmorgen. “Daar ruist langs de wolken een lieflijke
naam, die Hemel en aarde verenigt tezaam” en “Ik zeg het allen dat Hij leeft, dat Hij is opgestaan”.
In de harde werkelijkheid van het afscheid nemen, straalt het licht van Pasen. In het licht dat Hij ons
heeft gegeven zien wij elkaar en onszelf en zijn we mensen met uitzicht en zingen we van Jezus
Christus, die ons leven is vandaag en morgen en door de dood heen.

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Lees meer →
Exemple

Voorganger: Ds. A.G. van der Heijden De gemeente is er om open te doen
De tekst van vandaag: Lucas 11 : 37 – 54

Met een sleutel kun je deuren openen en sluiten. Als je hem gebruikt om te sluiten, sluit je de
toegang af voor andere mensen en dat is in dit verband nu juist niet de bedoeling.
Gods kerk is op aarde om te getuigen van Jezus, die de toegang tot God mogelijk heeft gemaakt.
Centraal staat vandaag vers 52. De sleutel is weggenomen. Dat is niet de bedoeling van het
gemeente zijn. De kerk heeft in de wereld een sleutelfunctie om voor anderen deuren te openen. Dat
gaat niet vanzelf, maar het is wel de bedoeling van Jezus.
De tekst is een waarschuwing hoe deze roeping volledig de mist in kan gaan. “De sleutel tot de
kennis” (de sleutel tot God) is toevertrouwd aan de Schriftgeleerden en farizeeërs. Maar zij hebben
hem verkeerd gebruikt. Jezus zegt: Jullie zijn zelf niet in dat heil naar binnen gegaan, maar hebben
daarnaast ook de toegang voor anderen onmogelijk gemaakt.
In onze kerk lijkt de gang van zaken hier soms ook op. Het magistrale evangelie dat de Here een God
wil zijn van verloren mensen wordt teruggebracht tot een lijst van dingen, die wel en niet mogen, zo
ingewikkeld, dat het de mensen de moed ontneemt om er aan te beginnen. Deuren worden eerder
dichtgeslagen dan open gesteld.
Hebben wij door, dat onze manier van christen zijn de deur tot God voor anderen kan sluiten?
Het is de bedoeling van Jezus dat zijn gemeente de deuren wijd openzet voor diegenen, die er elders
uit liggen. Maar dan moeten we wel eerst zelf binnengaan. Pas dan kunnen we voor anderen deuren
open zetten, zodat ze kunnen bijkomen en hoop en vertrouwen krijgen in het heil van onze God. Dat
heeft de wereld vandaag de dag keihard nodig. Dichte deuren zijn er zat. Laten we onze God daar
gelovig om vragen. Jezus zegt: Dan geeft Hij vast en zeker. Ieder die bidt, ontvangt, die zoekt, vindt
en wie klopt zal worden open gedaan.

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Lees meer →
Exemple

Voorganger: Ds. B. Luiten, Voorschot op eeuwige vreugde

De tekst van vandaag: Psalm 91

God gaf Abraham een voorschot op de toekomst. Hij sloot een verbond, niet alleen voor toen en niet
alleen voor Abraham, maar voor eeuwig en voor de hele wereld. Abraham kreeg een land en een
kind zodat hij wist dat er toekomst voor hem en zijn nakomelingen zou zijn.
In psalm 91 wordt tot God wordt gezegd: U bent mijn toevlucht en mijn vesting, op U vertrouw ik. Je
hoeft niet bang te zijn. Niet voor de pijl die rondvliegt, niet voor de pest. Maar hoe lees je over die
pijl als je in het huidige Oekraïne woont, hoe lees je dat over de pest als je met kanker in het
ziekenhuis ligt?
Je wordt uitgenodigd door God zelf om te zien wat Hij zijn volk toen gaf. Hij leidt Abraham en
vervolgens het volk Israël bij de uittocht uit Egypte. Hij beloofde Abraham kinderen en een
nageslacht. Bij de uittocht uit Egypte geeft God aan, dat hij voor ze zorgt.
God woont te midden van Zijn kinderen. Hij geeft een voorschot op de eeuwige vreugde. Zien wij dit?
Vertrouwen wij op Hem? God is niet veranderd. God geeft Zijn Geest diep in het hart van Zijn
kinderen als het voorschot op de eeuwige vreugde.
Christenen, die omwille van hun geloof worden opgesloten getuigen: Een christen kun je niet
eenzaam opsluiten. God is er altijd bij. Je kunt andere goden toelaten, maar niemand kan God uit je
hart halen.
Wat is nu het diepste in mij? Mijn toevlucht mijn vesting. Op U vertrouw ik. God is liefde en vrede,
actieve vrede. We zijn broers en zussen op basis van een geloofsband. Waar is het voorschot op
gericht? Kijk dan naar de laatste zin van de psalm. “Ik zal je redding zijn.” In de oude vertaling: “Ik zal
je Mijn heil doen zien” God zal je laten zien, dat alles weer heel wordt, geen dood, geen ziekte. Dat
belooft God met Zijn voorschot. Hij is er ook in de donkerste dagen.

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Lees meer →
Exemple

Voorganger: Ds. B. Loonstra, Oorlog en vrede

De tekst van vandaag:   Genesis 14

De wereld staat in brand. Oorlog, crisis op crisis. In Genesis 14 vinden we daar op kleinere schaal iets van terug. Vier koningen trekken op hun oorlogspad langs Sodom en Gomorra en nemen alles mee. Ook Lot, de neef van Abraham wordt meegenomen.

Als Abraham hoort, dat zijn neef is meegenomen door de plunderaars had hij kunnen zeggen: “Ja, dat krijg je er van als je wilt weten waar de welvaart te halen is. Er zijn altijd kapers op de kust.”

Maar Abraham dacht niet zo. Hij verzamelt een leger, drijft de noordelijke koningen terug en Lot wordt bevrijd. De oorlog is voorbij. Er kan worden gewerkt aan de wederopbouw. Maar met het ophouden van een oorlog is er nog geen vrede.

De vrede kondigt zich aan als een tiende koning ten tonele verschijnt, Melchizedek. Hij lijkt belangrijker dan de andere koningen. Hij is een priesterkoning in dienst van de allerhoogste God. Hij bemiddelt tussen God en mensen. Abraham krijgt de zegen van Melchizedek en herkent daarin, dat hij een juiste keuze heeft gemaakt toen God hem riep.

Kent u dat gevoel ook? Dat u boven de dagelijkse zorgen wordt uitgetild? Een bevestiging van de weg die je gaan moet? Het komt niet op het moment dat jij het wil. Het komt op een moment dat God vindt dat je het nodig hebt. Beschouw het als een toegift, een cadeau van Genade.

Melchizedek wordt nog een paar keer genoemd in de bijbel. Bijvoorbeeld in psalm 110. In de brief aan de Hebreeën wordt Jezus “priester zoals Melchizedek” genoemd.

De ervaring van uitgetild worden boven de dagelijkse werkelijkheid is dan misschien een zeldzaamheid, maar de vrede van God zelf is een blijvende gave, of je hem nu ervaart of niet. Alleen dat al kan je blij maken.

Hij stelt ons in een nieuwe werkelijkheid. Het is een kwestie van vertrouwen. Zoek de groei en de bevestiging. En zet je in voor een ander, zoals Abraham voor Lot en Jezus voor ons.

Kijk in het archief kerkdiensten om de hele kerkdienst te kijken en te beluisteren.

Lees meer →